Meneer Dekker

Meneer Dekker

‘Dag meneer Dekker, u spreekt met Floor Willemsen van de Rabobank,’ klinkt een vriendelijke stem in mijn oor.

‘Ik bel u in verband met een verdachte transactie op uw bankrekening. Klopt het dat u een bedrag van 30.000 euro wilt overboeken naar Rusland?’

Mijn hart slaat een tel over, mijn adem stokt. ‘Geld overboeken naar Rusland? Natuurlijk niet!’

‘Dan is het goed dat ik u bel, meneer Dekker. Het lijkt erop dat uw bankrekening is gehackt.’

‘Mevrouw, hoe weet ik zeker dat u echt van de bank bent?’

‘Meneer Dekker, kunt u het telefoonnummer zien waarmee ik bel?’

Op de display staat een 088-nummer. Snel schuif ik achter de computer die nog aanstaat en tik het nummer in het zoekscherm.

088-1002003, klantenservice Rabobank, zie ik staan. Gelukkig, ik heb echt iemand van de bank aan de telefoon. Ik zucht, het bonzen in mijn hoofd wordt minder.

‘Kunt u die betaling tegenhouden?’

‘Gaat het, meneer Dekker? Ik kan me voorstellen dat u enorm geschrokken bent. Luister, ik geef u een code. Straks komt een koerier uw bankpas ophalen. Hij moet deze code zeggen en dan mag u pas de bankpas aan hem meegeven. U hoort straks een piep, dan kunt u veilig, zonder dat ik het hoor, uw pincode inspreken. Hierdoor weet onze computer dat u het echt bent.’

Floor geeft me zoveel informatie tegelijk. Mijn hoofd duizelt, mijn oren suizen. Ze ratelt maar door.

‘Uw code is 5687C. Dan komt nu de piep.’

Een hoge piep in mijn oor. Als gehypnotiseerd zeg ik mijn pincode. Waarom doe ik dit? Ik wil even rustig nadenken.

Floor geeft me die tijd niet.

‘Heeft u de code voor de koerier genoteerd? Hij kan elk moment bij u zijn. Onthoud: 5687C!’

Dan komt Rens de kamer binnen. Hij heeft de huissleutels nog in zijn hand. Zo te zien komt hij rechtstreeks vanuit zijn werk een bakkie doen. Hij kijkt me verbaasd aan. ‘Gaat het, pa?’

‘Ik heb de bank aan de telefoon, mijn bankrekening is gehackt,’ fluister ik en veeg het zweet van mijn hoofd.

‘Wat zegt u?’ Floor praat in mijn oor.

Rens grist de telefoon uit mijn handen, hangt op en geeft het toestel aan me terug.

‘Wat doe je nou!’ schreeuw ik tegen hem, terwijl ik met de telefoon zwaai. ‘Ze komen zo mijn pas halen. Er wordt geld van mijn rekening overgeboekt naar Rusland!’

De bel gaat. Ik zie een silhouet voor de deur staan. Rens heft zijn hand om me tegen te houden. Hij praat in zijn portofoon. ‘Graag assistentie naar De Kievit 6. Ik ga nu een oplichter aanhouden.’

Met open mond kijk ik hem aan. Waar heeft hij het over?

De bel gaat weer, nog langer. Mijn hart bonkt in mijn keel.

Rens opent de voordeur. De man schrikt als hij Rens ziet en doet een stap achteruit. Voor de man het beseft, ligt hij op zijn buik, zijn armen op zijn rug en zitten er handboeien om zijn polsen.

‘Rens, Rens, hij is de koerier van de bank!’ roep ik. ‘Het spijt me zo,’ zeg ik tegen de man op de grond.

Dan horen we sirenes dichterbij komen. Steeds harder, totdat ze plotseling stil zijn. Twee politiemannen komen naar ons toe. ‘Goed gedaan, Rens! Eindelijk hebben we die gast.’

‘Rens, dit is een misverstand! Hoe moeten ze nu die Russen tegenhouden?’

Rens zucht terwijl hij me aankijkt. ‘Bel dat nummer terug en vertel dat de politie hun koerier heeft aangehouden. Dan zullen ze je vertellen dat je slachtoffer was van spoofing. Mij geloof je toch niet.’

Langzaam dringt tot me door wat er allemaal is gebeurd. Ik kijk naar Rens. Het is alsof ik hem voor het eerst zie. Hij lijkt op me, is alleen een kop groter. Ik zie de gekwetste blik in zijn ogen en voel zijn machteloosheid. Diezelfde blik van vroeger. Ik herinner me onze ruzies. Ineens schaam ik me. Ik pak hem bij zijn arm.

‘Jongen, ga even mee naar binnen. Ik moet je iets vertellen.’